Vondstmelding

Projecten

Soms doen mensen bij toeval een vondst, tijdens een wandeling of bij werkzaamheden in de tuin of in huis; anderen zoeken gericht naar vondsten met een metaaldetector.De ene keer gaat het om losse vondsten zonder veel wetenschappelijke waarde, in andere gevallen vertellen de vondsten een bijzonder verhaal en kunnen ze veel bijdragen aan de lokale geschiedenis. Ook kan de vondst een aanwijzing geven over andere eventuele archeologische resten in dat gebied.

 

Archeologische bodemvondsten moeten worden gemeld bij de provinciale depots, de gemeente of aan de Minister van OCW (artikel 53 Mw), in de praktijk de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Voor Zeeland gebeuren vondstmeldingen doorgaans bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) aan de Burg. U kunt uw vondst of het door u ontdekte archeologische spoor hier schriftelijk of telefonisch melden: 0118-670870, Looierssingel 2, 4330 AA Middelburg, t.n.v. Hans Jongepier, adviseur archeologie.

 

Uiteraard kan u voor vondsten op Walcheren ook bij de Walcherse Archeologische Dienst terecht.

 

Vermeld bij een vondstmelding graag volgende gegevens:

-          naam en contactgegevens vinder
-          omschrijving van de vondst
-          adresgegevens van de vindplaats + ev. kaartje
-          datum waarop de vondst is gedaan

-          vondstomstandigheden (stort, weiland enz.)
-          hoe gevonden (metaaldetector, graafwerk, oogvondst enz)
-          waar bevindt de vondst zich momenteel
-          overige opmerkingen
-          eventueel foto(s)

 

 

Vaak krijgen we vragen over het eigendom van toevalsvondsten:

 

Onder toevalsvondsten wordt verstaan zaken die niet werden aangetroffen tijdens het doen van (al dan niet illegale) opgravingen.

 

Het Burgerlijk Wetboek (artikel 13, Boek 5) stelt dat de toevalsvondst (`schat`) in gelijke delen toekomt aan degene die hem ontdekt, en aan de eigenaar van de roerende of roerende zaak, waarin de vondst werd aangetroffen. Een schat wordt door de wet gedefinieerd als een zaak van waarde, die zolang verborgen is geweest dat daardoor de eigenaar niet meer kan worden opgespoord.

 

LET WEL De toevalsvondst moet volgens de wet worden gemeld bij de provinciale depots, de gemeente of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Indien geen aangifte is gedaan of onzeker is aan wie de zaak toekomt, kan de gemeente vorderen dat deze aan haar in bewaring wordt gegeven, totdat vaststaat wie rechthebbende is. De vondst dient door de vinder minimaal 6 maanden ter beschikking gehouden te worden voor wetenschappelijk onderzoek.

 

Een volledig overzicht kan u vinden in de SIKB notitie PRJ 144 - Juridische aspecten van deponeren van vondstmateriaal bij archeologische opgravingen.