Gemeente Middelburg,

't Hof Klarebeek

Projecten

Ter hoogte van de Gerbrandylaan en de Noordweg werd recent in opdracht van de gemeente Middelburg rond het bestaande Roggeveenhuis een nieuwe woonservicezone aangelegd.

 

In 2005 werd op de locatie een bureaustudie en verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat grote delen van het terrein mogelijk bij de bouw van het Roggeveenhuis reeds verstoord waren tot circa 150/200 cm onder maaiveld. Enkel in de zone langs de Noordweg werden nog restanten van de oude bewoning verwacht. Gezien de omvang van deze verstoringen en de vrij beperkte ontgravingsdiepte werd afgezien van verder archeologisch onderzoek.

 

In 2008 werd begonnen met het bouwrijp maken van het terrein, waarbij lokaal, ondanks de verstoringen, toch een aantal opmerkelijke archeologische resten kon worden opgetekend door S. (Hans) Bostelaar, in samenwerking met de Walcherse Archeologische Dienst. Zo werd langs de Noordweg een zware bakstenen fundering van een toegangspoort gevonden en werd verder op het terrein een aantal gebouwresten en grachten gedocumenteerd. Het aardewerk en een aantal fraaie metalen voorwerpen, waaronder een sleuteltje, lakenloodjes en munten, plaatsen deze resten in de 16e-18e eeuw, de tijd van de buitenplaats Klarenbeek, waaraan de wijk zijn naam te danken heeft.

Over ‘t Hof Claerebeek, zoals het staat vermeld op de kaart van Hattinga (ca. 1750) is weinig bekend. Twee prachtige tekeningen uit de kroniek van Smallegange (1696) geeft de voormalige grandeur van de buitenplaats aan. In de Walcherse Arkadia van Mattheus Gargon uit 1715 lezen we: “De plaats heet Klaarebeek, na den naam van des bouwheers vrouw; en legt vermaaklijk in haar geboomte, met vischrijke vijvers, zinlijke bloemperken, en geneuglijke wandelpaden, daar zich ’t oog kan vermaken, niet verzadigen kan”.

 

Intensief speurwerk in het Zeeuws Archief toonde aan dat de aanleg van het hof Klarenbeek zeer waarschijnlijk gestart zal zijn na 1666, wanneer David van Reygersberghe, heer van Gapinge en bewindhebber van de Verenigde Oostindische Compagnie, met zijn tweede vrouw Clara Velters trouwt en de buitenplaats naar haar vernoemt. In 1678 sterft David onverwacht en laat de werken onafgewerkt achter. Mattheus Gargon beschrijft het als volgt: “…de schoone poorte… is de geringste van Walcheren niet, en ware de Bouw-Heer zo vroeg niet gestorven, ’t huis zoude dat heerlijk begin overtroffen hebben”. Mogelijk geeft één tekening uit de kroniek van Smallegange aan hoe de buitenplaats er volgens de plannen van Van Reygersberghe afgewerkt uit zou hebben gezien.

In 1702 kocht Isaac Tulleken het buiten. De familie Tulleken bekleedde in die periode vele belangrijke politieke functies in Zeeland. Ongetwijfeld zal in deze periode het Hof Klarenbeek uitgegroeid zijn tot een ideale ontmoetingsplek van hoge heren, weg van de stedelijke drukte. In januari 1738 overlijdt Isaac Tulleken en wordt hij begraven in de Koorkerk van Middelburg. Het hof Klarenbeek blijft in het bezit van zijn echtgenote Anna Catharina Duvelaer, die door Hattinga bij de opmaak van zijn kaart rond 1750 wordt vermeld. Het gezin is kinderloos gebleven en als Anna Catharina in 1771 overlijdt wordt ook het hof met de andere bezittingen onder de erfgenamen verdeeld. Vermoedelijk verliest de buitenplaats vanaf dan haar functie en worden de gronden weer opgesplitst.

 

De buitenplaats leek stilaan vergeten, maar laat het nu net Gargon’s “schoone poorte” zijndie bij de recente graafwerkzaamheden weer even het licht zag.