Gemeente Middelburg,

Bachtensteene

Projecten

Plangebied Bachtensteene bevindt zich in de oudste kern van Middelburg en gaat terug tot de Vroege Middeleeuwen. Hier lag de zogenaamde ringwalburg, een ronde versterking met aarden wal en gracht die aan het einde van de 9e eeuw n.Chr opgericht was tegen de invallen van de Vikingen. Ook in de Late Middeleeuwen blijft de locatie continu bebouwd. Eén van de meest kenmerkende gebouwen op het terrein was  het zogenaamde Gravensteen, de voormalige gevangenis en één van de eerste stenen huizen in de stad.

Archeologen van het bureau ArcheoMedia voerden hier in de lente van 2012 een onderzoek uit in opdracht van Stichting werkt voor Ouderen. De Walcherse Archeologische Dienst begeleidde namens de gemeente Middelburg het project. De resultaten waren vanaf de eerste dag al spectaculair te noemen. Op nauwelijks 50 cm onder het huidige maaiveld werden resten teruggevonden van zeer zware funderingen die enkel kan worden toegeschreven aan het hier gelegen Gravensteen. Ook werd het complexe riool- en afwateringssysteem van het Gravensteen teruggevonden met hierin prachtig vondstmateriaal. Daarnaast troffen de archeologen goed bewaarde restanten van een bakstenen riool aan dat vroeger als ondermeer waterafvoer langs de straat heeft dienst gedaan. Ook werden een aantal beerputten en -bakken gevonden die ongetwijfeld erg belangrijke informatie kunnen geven over de bewoners van dit gebied.

 

Het meest spectaculair zijn echter de zeer goed bewaarde resten van enkele houten huizen die op basis van het aangetroffen vondstmateriaalnaar alle waarschijnlijkheid in de 12e eeuw kunnen gedateerd worden, de laatste bewoningsfase van de ringwalburg. De huizen zijn circa 12,5 m lang en ongeveer 5 m breed en zijn opgetrokken uit zware houten palen met daartussen houten planken. De bouwwijze verschilt per huis, mogelijk afhankelijk van de smaak van de bewoner/bouwer. Op basis van de huidige bevindingen lijken minstens drie huizen met de wanden vlak tegen elkaar geplaatst te zijn langs de straat. Dit is opvallend want in de ringwalburg van Domburg lijkt de bebouwing meer te bestaan uit vrijstaande woningen op een klein erf. In Souburg stonden de huizen al dichter op elkaar, maar de gesloten bebouwing die nu in Middelburg wordt aangetroffen kan al duiden op een vrij grote bevolkingsdruk in die tijd. Waar deze voormalige straat moet hebben gelegen kunnen we afleiden uit de vondst van een houten drempel aan de korte zijde van 1 van de huizen. Je kan dus als het ware 1000 jaar later over de drempel het huis weer binnenwandelen.

 

De aangetroffen huizen kennen een driedeling met twee binnenruimtes en een soort achterplaatsje. Op dit achterterrein werd veel botmateriaal gevonden, het slacht- en keukenafval van de bewoners. Mogelijk werden er ook ambachtelijke activiteiten uitgevoerd. In 1 van de aangetroffen huizen wrden drie verschillende haardplaatsen aangetroffen. Of deze gelijktijdig in gebuik waren is nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat de huizen regelmatig hersteld en opgheknapt werden. Er zijn verschillende ophogingspakketten aangetroffen binnen de woningen die wijzen op het aanbrengen van een nieuw loopniveau.

 

Opmerkelijk is de vondst van een fragment van een walviswervel. Deze zijn in elke ringwalburg teruggevonden en zijn mogelijk afkomstig van gestrande dieren. Soms werden ze als hakblok gebruikt. Daarnaast werden ondermeer ook een aantal middeleeuwse schaatsen (glissen), bewerkt bot en hout gevonden.

De opgraving is intussen afgerond en al vele jaren pronkt er een fraai Woonzorgcentrum op deze historische plek. Het veldonderzoek heeft veel interessante sporen en vondsten opgeleverd die ons een vernieuwend beeld hebben gegeven over de bewoning in het hartje van het middeleeuwse Middelburg en ook van het Middelburg tijdens enkele eeuwen daarna. Het was dus uitkijken naar de publicatie van alle onderzoeksgegevens. In volle uitwerking sloeg de economische crisis echter toe en ging het onderzoeksbureau ArcheoMedia failliet. Hiermee dreigde de rapportage van dit spectaculaire onderzoek in het slop te raken. Dankzij subsidie van de Provincie Zeeland kon de studie van het vele fraaie aardewerk uit de opgraving alsnog uitgevoerd worden en kon de uitwerking uit een impasse getrokken worden.

 

Met de publicatie van het onderzoek aan de Bachtensteene en de realisatie van een uigebreide aardewerkcatalogus in het landelijke Deventersysteem (een belangrijk vergelijkingsapparaat), is een boeiend naslagdocument tot stand gekomen. Niet alleen bijzonder voor de stadsgeschiedenis en Zeeland maar ook van grote waarde voor de Nederlandse en Vlaamse archeologie.

 

 

Wie interesse heeft in de resultaten van dit onderzoek, kan de rapportage van de opgraving opvragen bij de Walcherse Archeologische Dienst