Gemeente Vlissingen,

Scheldekwartier

Projecten

De opgraving

Begin 17e eeuw werden de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht en beleefde de Noordelijke Nederlanden hun Gouden Eeuw. Een eeuw van ongekende horizonten, internationale contacten en grote welvaart. Door zijn strategische ligging groeide Vlissingen van geduchte kaapstad uit tot één van de belangrijkste havensteden van die tijd. Aan de zuidzijde van de pas gegraven Dokhaven verrezen, in het zicht van de scheepswerf van de Admiraliteit, drie kerken, begraafplaatsen en tientallen percelen met woningen en pakhuizen. Onder de loodsen van de Scheldewerf bleef de geschiedenis van deze plek decennialang goed bewaard. De gemeente Vlissingen en de Walcherse Archeologische Dienst besloten dan ook om dit gebied diepgaand te onderzoeken. Nu kan, na twee jaar van intensief onderzoek door archeologen, archivarissen en tal van specialisten, het verhaal van dit gebied eindelijk opnieuw worden geschreven.

 

De gemeente Vlisingen is opdrachtgever van het onderzoek; onderzoeksbureau ADC-ArcheoProjecten heeft het onderzoek uitgevoerd volgens de strategie en vraagstelling zoals deze door de WAD zijn opgesteld.

 

Op 14 april 2011 werd in het MuZeeum te Vlissingen de monografie Vier eeuwen wonen en sterven aan de Dokkershaven in Vlissingen aangeboden aan wethouder Polderman. Tijdens deze gelegenheid heeft de heer H.J.E. van Beuningen de naar hem genoemde ‘H.J.E. van Beuningen-prijs’ 2011 uitgereikt aan co-auteur Nina Jaspers voor haar onderzoek naar Italiaans importaardewerk uit Nederlandse bodem.

 

De komende weken zal een selectie van de vondsten uit het onderzoek worden tentoongesteld in het MuZeeum. Na afronding van het oud-DNA onderzoek zal ook een publieksboek worden gepresenteerd.

De Gouden Eeuw

De Gouden Eeuw spreekt tot de verbeelding en heeft al vele heroïsche verslagen opgeleverd. Maar wie waren nu de mensen achter al deze grootse gebeurtenissen? De tientallen goed bewaarde beerputten op het Scheldekwartier gunnen ons een blik op dat dagelijkse leven van de bewoners uit die tijd, met volledige serviezen van divers aardewerk, glazen drinkbekers, kleipijpen, metalen voorwerpen, kledij en andere gebruiksvoorwerpen. Onder de vondsten ook vele geïmporteerde producten, met o.a. de voor Nederland unieke vondst van een gesigneerde faience voetschaal uit het atelier van Leonardo de Bettissi in het Italiaanse Faenza, in die tijd de absolute top in aardewerkproductie. Ook de tafels van de Vlissingers weerspiegelen de vele regionale en internationale contacten van de stad. Baltisch graan, fruit uit Zuid-Europa, kruidnagel en zwarte peper uit Zuid-Oost Azië waren een welkome aanvulling op het menu van o.a. rund, schaap, varken en gevogelte, zeevis, schelpdieren en talrijke lokale producten.

 

De bewoners

Uit de archieven doken ook lijsten en documenten op met de verschillende eigenaars en bewoners van de meeste opgegraven panden. Zo leefden ambachtslieden en arbeiders broederlijk naast kapiteins, handelslieden en bewindhebbers. Eén van de meest in het oog springende figuren bleek de bekende reder Cornelis Lampsins te zijn, baron van Tobago en oud-burgemeester van Vlissingen. In de rijke beerput van Lampsins werd ondermeer een 17e-eeuws Japans bord in Kutani porselein gevonden, voor zover bekend het oudste voorbeeld in Nederland van geïmporteerd Japans porselein!

Skeletonderzoek

In het gebied ten zuiden van de Dokhaven werden in de 16e en 17e eeuw drie kerken gebouwd: de Engelse, de Waalse en de Gereformeerde kerk. In de eerste twee kerken kochten de rijkeren van de samenleving goed verzorgde graven in de vorm van geplaveide grafkeldertjes. Rond de Engelse kerk lag bovendien een kerkhof. Hier zijn honderden mensen zeer dicht op elkaar begraven. Om een beeld de krijgen van de Vlissinger uit de 17e en 18e eeuw, zijn tijdens het archeologisch onderzoek 100 skeletten voor verdere studie geselecteerd. Deze zijn aangevuld met nog eens 100 skeletten van het voormalige kerkhof rond de Sint Jacobskerk op de Oude Markt. Deze zijn van Vlissingers uit de 14e tot en met de 16e eeuw. Onderzoek naar skeletten richt zich op de fysieke gesteldheid van de individuen: grootte, kracht, ziektebeelden, enz. Op deze manier was het mogelijk een beeld te schetsen van ruim zes eeuwen Vlissingers.

 

Rijk en Arm

Het beeld dat de meer gegoede gelovigen een plek kregen in tombes binnen de kerkmuren en het gewone volk een (massa)graf op de begraafplaatsen buiten, kon door het onderzoek worden bevestigd. In het Scheldekwartier bleken de mensen begraven binnen de kerk gemiddeld ouder en groter dan de mensen begraven op het kerkhof. Bovendien vertoonden ze sporen van welvaartsziektes, zoals suikerziekte. De onderzochte individuen met hun laatste rustplaats op de begraafplaats hadden daarentegen veel vaker te kampen met deficiëntieziektes door een tekort aan bepaalde voedingsstoffen. Illustratief voor het veranderende wereldbeeld is het gebruik van tabak dat pas vanaf de 16e eeuw in Europa geïntroduceerd werd. Waar op de Oude Markt slechts één individu sporen van pijproken vertoonde, was dit op het Scheldekwartier bij meer dan 20% het geval.

 

Oud-DNA onderzoek

Vlissingen als kaapstad, handelsstad en bruisend centrum van vele culturen. Waar kwamen haar oorspronkelijke bewoners vandaan? En in hoeverre mengden de Spaanse en Franse bezetters, of ook immigranten uit het verre Oosten zich onder hen? Studie van oud-DNA kan op deze vragen mogelijk antwoord bieden. In samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum start de WAD daarom een project om de herkomst van de Vlissinger uit de 15e tot de 19e eeuw in kaart te brengen. Daarnaast wordt gekeken naar verwantschappen; ook tussen Vlissingers van toen en vandaag. Vlissingers kunnen zich hiervoor tot 22 juni aanmelden via onderstaand aanmeldingsformulier.