Walcheren,

Rijksweg N57

Projecten

De Rijksweg N57 verbindt de Zeeuwse eilanden Walcheren, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland, de Zuid-Hollandse eilanden Goeree-Overflakkee en Voorne en de Europoort met elkaar. De werken voor de aanleg van deze weg op Walcheren zijn enkele jaren geleden van start gegaan en gaan nog steeds door. Het Walcherse tracé van de N57 is ook in meerdere fasen archeologisch onderzocht. Dit heeft geresulteerd in enkele opgravingen van bijzondere vindplaatsen ten oosten en ten noorden van Serooskerke.

 

De opgravingen waren gericht op de reconstructie van het toenmalige landschap en de manier waarop de mens dit landschap bewoonde. De onderzoeken hebben vele nieuwe inzichten in de geschiedenis van Zeeland opgeleverd.

 

De oudste vindplaatsen stammen uit de (late) Midden IJzertijd (ca. 300 v. Chr.) tot en met de Vroege Romeinse tijd (tot ca. 200 na Chr.). De mens leefde toen in een nat veenlandschap dat geregeld bij stormen door de zee werd overstroomd.

Bij de opgravingen zijn voor het eerst in Zeeland de resten van een huis uit de Midden IJzertijd gevonden uit ca. 300 v. Chr.). Samen met de vondsten kan men nu een deel van het leven van toen reconstrueren. Ook is een deel van akkertje gevonden, waarop vlas lijkt te zijn verbouwd.

Daarnaast zijn op andere locaties ook de resten van een huis en omringend erf uit de Late IJzertijd en de Vroege Romeinse tijd gevonden.

 

Een evenzo belangrijke vindplaats stamt uit de Midden Romeinse tijd (vanaf ca. 200 na Chr.) en ligt ten zuidoosten van Serooskerke. Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de zee veel vaker het leven op het land bedreigde. Als een soort laatste redmiddel heeft de mens op deze locatie dijkjes uit plaggen gebouwd. Ook lag hier een terpje. Of op de terp gewoond is, blijft onduidelijk. Gedacht wordt aan seizoensgebonden bewoning in samenhang met verwerking van mosselen alhier. Rond de terp lagen grote hoeveelheden mosselschelpen, zodat duidelijk is dat hier op grote schaal mosselen zijn verwerkt. De vondst van een haardplaats doet vermoeden dat de mosselen zijn gekookt. Hierna zullen zij voor transport zijn klaar gemaakt.

 

Door toename van de invloed van de zee was het Zeeuwse Landschap tussen 300 en ca. 500 onbewoonbaar. De overstromingen resulteerden in de vorming van kreekruggen met tussenliggende poelgronden. Vanaf 500 keren de eerste bewoners weer terug. We zitten dan in de Vroege Middeleeuwen. Tot op heden werd gedacht dat in de Vroege Middeleeuwen de mensen uitsluitend in de duinstroken woonden en dat het achterland alleen voor het weiden van vee werd gebruikt. Tijdens een opgraving ten noordoosten van Serooskerke zijn op het hoogste punt van een kreekrug voor het eerst de resten van een huis en een erf uit de (merovingische) periode tussen 575 en 775 gevonden.

 

Ook uit de periode tussen 900 en 1050 zijn de resten van een boerderij en omliggend erf gevonden; zowel ten oosten, ten zuidoosten als ten noordoosten.

De vele vondsten maken met de vondst van de huis- en erfresten mogelijk om ook het leven op het platteland van Walcheren in de Vroege Middeleeuwen voor een deel te reconstrueren.

 

Momenteel legt ADC ArcheoProjecten de laatste hand aan de rapportage van de opgravingen.