Walcheren,

Admiraliteitsschip De Walcheren

Projecten

In 1689 kwam het Zeeuwse admiraliteitsschip de Walcheren voor de rede van Vlissingen dramatisch tot haar einde. Op haar terugkeer van een succesvolle zeeslag tegen de Engelsen voer het schip onder leiding van Cornelis Evertsen de Jongste, bijgenaamd Keesje de Duivel, te dicht op de kust, daarheen gelokt door de vele honderden, juichende Vlissingers. Het gevolg was dat het schip tegen het westerhoofd van de ingang naar de oude Koopmanshaven botste en zonk.

 

Jarenlang is deze historische gebeurtenis en de exacte locatie van het wrak onderwerp van onderzoek geweest door met name maritiem historicus Doeke Roos en de Stichting tot het Behoud van Onderwaterschatten Zeeland (STIBOZ). Dit onderzoek en recentere verkennende onderzoeken in de vorm van magnetometer- en sonaronderzoek wijzen een mogelijke locatie van het wrak voor de voormalige ingang van de Nieuwe Haven ongeveer ter hoogte van het bolwerk met de Oranjemolen. Het schip is met name van belang voor de studie van de Zeeuwse scheepsbouw. In tegenstelling tot de werven uit Holland zijn de Zeeuwse erg onderbelicht. Van De Walcheren is bekend dat ze op een Zeeuwse werf gebouwd werd.

 

Op initiatief van STIBOZ heeft de provincie Zeeland de Koninklijke Marine gevraagd of zij wilde bijdragen aan een verder verkennend onderzoek. De locatie in de monding van de Schelde met sterke stromingen, vlak naast de zeer druk bevaren vaargeul, is te gevaarlijk voor amateurduikers. Maar voor duikers van de Defensie DuikGroep van de marine is het een prima training. Dit en het aankomende 525-jarig jubileum van de Admiraliteit en het 200-jarig jubileum van de marine maakte dat zij graag op het verzoek in ging.

Een eerste onderzoek vond plaats op 9 en 10 juli. Naast de duikgroep van de Marine waren leden van STIBOZ, en archeologen van de Walcherse Archeologische Dienst en van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan boord.

 

In eerste instantie werden door duikers enkele veelbelovende  locaties, zoals deze tijdens eerdere onderzoeken op de kaart waren gezet, opgezocht. Met behulp van een zogenaamde Navigator voorzien van sonar-, video- en fotoapparatuur onderzochten zij deze locaties van dichtbij. Intussen liet een gespecialiseerd team de zogenaamde Remus, een programmeerbare torpedo-achtige sonde voor sonar-opnames van grotere gebieden, zones met verschillende opvallende plaatsen onderzoeken. De analyse van de sonarbeelden die deze onderzoeken opleverden, leidden steeds tot nieuwe verdacht locaties. die de duikers vervolgens nader onderzochten.

Op enkele van deze locaties vermoedden de onderzoekers de aanwezigheid van balken of andere onderdelen van het wrak. Helaas konden de duikers deze niet vinden. Wel vonden zij op een verdachte locatie een gemetseld muurtje. Nadat de eerste verbazing was weg gevallen, kwam de plausibele suggestie van leden van STIBOZ dat het hier om een onderdeel van een keukentje of bakoven aan boord van een schip kan gaan. Enkele stenen van het muurtje zijn door de duikers voor nader onderzoek geborgen. Deze zijn te dateren in de 17e-18e eeuw en zouden mogelijk van een scheepskombuis afkomstig kunnen zijn.  Ook vonden zij een houten deel dat op een as van een wagenwiel lijkt, een deel van een houten staak en tenslotte nog een houten balk. Deze balk had verschillende uitsparingen en inkepingen en ook nog enkele metalen pennen. Het gaat zeker om een stuk scheepshout. De vraag is alleen of het van het wrak van de Walcheren is. We gaan nu kijken of het hout geschikt is voor dendrochronologisch onderzoek en zo ja, of het hout in ieder geval in tijd al aan het wrak van de Walcheren gerelateerd kan worden.

 

In december werd een tweede onderzoek uitgevoerd. Hierbij werden mogelijk restanten van het voormalige scheepskombuis van de Walcheren aangetroffen. Verder onderzoek moet uitwijzen of het daadwerkelijk om overblijfselen van het admiraliteitsschip gaat. Ook werden experimenten uitgevoerd met nieuwe onderzoekstechnieken met oog op toekomstige projecten.