Verborgen Buitens,

't Hof Duno

Projecten

Het onderzoek op Duno bij Oostkapelle kadert in het project Verborgen Buitens van Stichting Landschapsbeheer Zeeland. Hoofddoel van het onderzoek was het in kaart brengen van de historische terreinopbouw binnen de grachten, het zgn eiland.

 

In 2001/2002 werd de geschreven geschiedenis van het buiten uitgebreid onderzocht door P. Blom, P. Henderikx en J. Zwemer. De ondergrond op het eiland werd vervolgens in kaart gebracht door middel van geofysisch onderzoek, uitgevoerd door D. Wilbourn van DW Consulting bv. De AWN Zeeland voerde vervolgens een uitgebreid archeologisch booronderzoek uit, in combinatie met veldverkenning. Hierna lag het onderzoek enkele jaren stil. In 2008 deed het bureau Vlaardingerbroek en Wevers een bouwhistorisch onderzoek naar de nog bestaande gebouwen. In het voorjaar van 2010 werd dan een bijkomend archeologisch booronderzoek gedaan door de Walcherse Archeologische Dienst en de AWN Zeeland en werden alle resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek verzameld in deze rapportage.

Landschappelijk gezien bevindt Duno zich in een zeer dynamisch gebied. In de Bronstijd (ca. 2000-800 v. Chr.) lag hier een groot nat veengebied achter een hoge kustwal. Deze wal wordt in de late IJzertijd (250-12 v. Chr.) doorbroken door de zee en in de noordoostelijke hoek van Walcheren vormt zich een uitgestrekte lagune met getijdenwerking. Bij het verder eroderen van de kustwal nam de invloed van de zee steeds meer toe en ter hoogte van Duno, waar de invloed van de zee het grootst was, vormde zich een complex stelsel van diepe kreken die tot ver in het achterland doordrongen. In de loop der eeuwen raakten deze kreken verland met zandige afzettingen en door het inklinken van het omliggende veen- en kleilandschap vormden deze inversieruggen in het landschap. In het midden van de 12e eeuw beschermde een oude dijk ter hoogte van de huidige Dunoweg het achterliggende land van open zee. In de loop van de 13e en 14e eeuw werd het hele gebied bedijkt. Het is op één van de oudste kreekruggen dat Duno, vermoedelijk in de eerste helft van de 13e eeuw, werd gesticht.

 

De historische teksten spreken van Duonhoveden of ‘Duinhoofd’, een oriëntatiepunt gesticht op het ‘hoofd’, de oostelijke randzone van de duinenrij. De plek groeide al snel uit van boerderij naar regionaal bestuurscentrum van de Norbertijner abdij van Middelburg. Hier werden de pachtgelden en de tienden geïnd en logeerden voorname gasten in een ‘stenen huis’. De status van een kasteel lijkt Duno echter nooit verkregen te hebben. In de loop van de 17e en 18e eeuw zien we Duno als een voorname buitenplaats met een vrij monumentaal herenhuis, bijhorende boerderij, schuur en annexen, gelegen in een mooi aangelegd park met waterpartijen.

Van het Middeleeuwse ‘stenen huis’ werden tijdens het archeologisch onderzoek geen sporen teruggevonden. Het herenhuis van het buiten kon wel worden gevonden in de zuidoostelijke hoek van het eiland, op een kleine insprong in de gracht. Daarnaast konden een aantal elementen van het voormalige park worden bevestigd. Zeer waarschijnlijk werden de 18e-eeuwse gebouwen op dezelfde plek ingepland als hun Middeleeuwse voorgangers en kunnen zich in de ondergrond mogelijk nog resten van deze oudere fase bevinden. Dit kan echter enkel aan de hand van een archeologische proefsleuf worden bevestigd.

 

Na de sloop van het herenhuis eind 19e eeuw raakte Duno’s status van buitenplaats wat op de achtergrond. Dankzij het project Verborgen Buitens zou er met de huidige kennis en het inzicht in de opbouw van het vroegere buiten weer gedacht kunnen worden aan een opwaardering. Het geofysisch onderzoek en het archeologisch booronderzoek toonden aan dat de beschikbare 18e-eeuwse kaarten hoogst betrouwbare bronnen zijn voor een eventuele herinrichting van het terrein.