Gemeente Vlissingen, Vlissingen

Breewaterstraat

Projecten

In het plangebied Breewaterstraat/Slijkstraat worden koop- en huurwoningen, appartementen, zones voor begeleid wonen en verdiepte parkeergelegenheden gepland. Het plangebied bevindt zich in de oudste kern van Vlissingen.

 

Archiefbronnen situeren de oude haveningang naar het eerste Vlissingen, het zgn. ‘Oud-Vlissingen’ ongeveer ter hoogte van de huidige Slijk- en Breewaterstraat. In de 13e eeuw ontwikkelde zich rond deze haveningang naast handelsactiviteiten ook een intensieve zoutwinningsindustrie. De oude havengeul werd in de loop van de 14e eeuw vervangen door de nieuwe Voor- en Achterhaven en de Koopmanshaven. Aan de Markt werd begin 15e eeuw een Carmelietenklooster gesticht waarrond zich, samen met de Sint-Jacobskerk, het ‘Nieuw-Vlissingen‘ ontwikkelde. Op basis van historisch kaartmateriaal kon worden aangetoond dat nagenoeg het hele plangebied al voor 1550 volledig bebouwd was. Deze situatie wijzigt de daaropvolgende eeuwen nauwelijks. In de 19e eeuw wordt een deel van het gebied ontruimd om plaats te maken voor de bomvrije kazerne. De grootste verandering treedt echter op tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, toen het hele gebied rond de Slijkstraat en de Breewaterstraat grotendeels vernietigd werd door de bombardementen. Bij de wederopbouw in de jaren ‘50 werd het hele gebied grondig hertekend.

 

In het voorjaar van 2011 werd hier een archeologische opgraving uitgevoerd door ARCbv.

Resultaten opgraving 16e eeuw

De kaart van Vlissingen uit ca. 1550, gemaakt door Jacob van Deventer, laat de plattegrond van de stad in de Middeleeuwen zien. Aan de Slijkstraat lagen percelen, waarvan de achterkant aan een smal straatje langs een dijk lag. De dijk scheidde de stad van een zuidelijke uitloper van de spuikom. Op een dieper niveau is bij de opgraving het restant van de dijk gevonden. Ook zijn structuren op de achtererven opgegraven.

 

Aan de Breewaterstraat liggen de resten van de houten huizen die ook rond 1500-1550 gedateerd moeten worden op een veel dieper niveau. Op de achtererven van de percelen zijn veel zogenaamde tonputten gevonden met goed bewaarde inhoud. Het is de inhoud van deze water- en beerputten die ons het verhaal kan vertellen wat elk huishouden aan gebruikswaar had en wat er per huishouden zoal aan eten op de keukentafel stond. Dit is bijzonder, omdat we totnogtoe nauwelijks informatie hadden over het Vlissingen uit de 16e eeuw en vroeger. Eerdere opgravingen leverden vooral informatie over de 17e en 18e eeuw.

 

Nadat de Spanjaarden Vlissingen verlaten hadden, brak er een gouden periode voor Vlissingen aan. De stad kon uitbreiden en kreeg na 1574 nieuwe vestingwerken. Hierbij werd het zuidelijk deel van de spuikom gedempt. De dijk zal zijn afgetopt en erop zullen huizen zijn komen te staan. Dit is te zien op de kaart van Adams uit 1585. Uit de opgraving blijkt inderdaad dat de dijk is afgetopt en bebouwd is geraakt. Het smalle straatje langs de voormalige dijk werd iets verlegd en verbreed. Dit werd de Koestraat. Of dit aan het eind van de 16e of in de loop van de 17e eeuw is gebeurd, is niet duidelijk.

Resultaten opgraving 17e eeuw

Al vroeg in de 17e eeuw maakte de grote welvaart voor Vlissingen alweer nieuwe uitbreidingen en vestingwerken noodzakelijk. Op de kaart van Smallegange uit 1696 zijn deze goed te zien. In de loop van de 17e eeuw zullen alle houten huizen langzaam vervangen zijn geraakt door stenen huizen. Houten huizen werden ook verboden, omdat zij een behoorlijk brandgevaar vormden. Op de opgraving aan de Slijkstraat lijkt een brandlaag ook op een dergelijke ramp te wijzen. Na de brand is het gebied met een afdekkende zandlaag gelijk gemaakt en zijn op dit ophogingspakket stenen huizen gebouwd. Hiervan zijn bij de opgravingen de funderingen nog goed te zien.

 

De bijbehorende water- en beerputten zijn niet goed bewaard. Het achterhalen van de levenswijze en –omstandigheden van de Vlissingers van deze periode uit dit deel van Vlissingen is daarom moeilijk. Gelukkig hebben, zoals gezegd de opgravingen in onder meer het Scheldekwartier ons al wat van deze informatie opgeleverd.

 

Na het einde van de VOC, de WIC en andere handelscompagnieën, brak er een minder rijke periode voor Vlissingen aan. Het gevolg was dat de plattegrond van de stad in de loop van de 18e en 19e eeuw niet of nauwelijks is veranderd. Pas tijdens de wederopbouw van de Tweede Wereldoorlog werd de stad op bepaalde plaatsen heringedeeld. Hierbij werd ook de Koestraat verlegd. De opgravingen laten nu duidelijk zien hoe voorheen het verloop van deze straat was.

 

 

De resultaten van deze opgraving met voornamelijk informatie over de periode rond 1500 en 1600 zullen meegenomen worden in een publieksboek, dat naar aanleiding van de onderzoeken in het Scheldekwartier op stapel is gezet. We krijgen daarmee een mooi sluitend verhaal van het leven van de Vlissingers door de eeuwen heen.