Gemeente Veere,

Gedempte Haven

Projecten

Naar aanleiding van een afstudeerproject maakten twee studenten een haalbaarheidsstudie voor het heraanleggen van de gedempte haven in Veere. Als onderdeel van deze studie werd met de hulp van de gemeente Veere ook een milieukundig onderzoek in de vorm van boringen en enkele smalle proefsleufjes uitgevoerd. De Walcherse Archeologische Dienst kon tijdens de werken een aantal interessante waarnemingen doen.

 

 

Er kon worden vastgesteld dat de oorspronkelijke bodem van de voormalige haven rond de 340 cm onder maaiveld moet hebben bevonden. De haven lijkt geleidelijk te zijn dichtgeslibd vanaf de randen, een proces dat al vrij snel na de aanleg moet zijn begonnen. De centrale zone heeft het langst open gelegen en werd in de loop van de 19e eeuw gedempt met stadsafval. Aan de randen van de haven werden grote hoeveelheden 16e/17e-eeuws aardewerk gevonden die wijzen op lokale stortplekken.

 

Eén van de proefsleuven bevond zich op de plek waar Jacob van Deventer in 1550 de Middeleeuwse stadsmuur van Veere optekende. Deze werd niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Mogelijk ligt de muur niet op de vermoedde plaats of is er bij de aanleg van de haven grondig gesloopt om schepen met enige diepgang niet te hinderen. Aan de noordoostelijke zijde van de haven werden restanten van de aarden wal die de havenkom afsloot gevonden. Aan de voet van de wal aan de havenzijde werd een houten consructie aangetroffen die mogelijk deel uitmaakte van beschoeiing van de wal zelf of een hier gelegen scheepswerf.

 

 

In de mechanische boringen was duidelijk te zien dat de haven in meerdere fases opgevuld is geraakt. De diepere niveaus (ca. 450-570 onder maaiveld) wijzen op een turbulent milieu, mogelijk de werking van de Middeleeuwse spuikom. Deze fase werd gevolgd door een periode van relatieve rust, vermoedelijk de geleidelijke natuurlijke opvullen van de haven. De bovenste anderhalve meter laten de demping van de haven in de 19e eeuw zien.